VERANDERENDE ARBEIDSMARKTEN

Arbeidsmarkten zijn steeds meer en sneller aan veranderingen onderhevig. Bedrijven – van groot tot klein – willen voorop lopen in de innovatie. Zij bereiken vaak aanpasbaarheid door vaste medewerkers te vervangen door ZZP’ers. Daarnaast worden steeds meer opdrachten uitgevoerd door kleinere MKB bedrijven. Beiden kunnen niet zonder elkaar. Alleen, hoe vinden zij elkaar?

De Nederlandse professional heeft een uitdaging zich beter toe te rusten om in deze wereld te overleven. Er is nog een weg te gaan om zichzelf hierop voor te bereiden, inzichten te verwerven, (zelf)reflecties te halen, kennis over eigen ambities en beschikbare (toekomstige) beroepsrollen op te doen; en te werken aan de eigen zichtbaarheid en zijn eigen ‘niveau’ en vakmanschap.

Het behalen van een diploma geeft een mooie startkwalificatie. Maar al te vaak biedt dit zelden transparantie over welke competenties de professional na tien jaar beschikt. Bovendien oefenen vele professionals een ander beroep uit dan waarvoor ze zijn opgeleid. Dat geeft te denken.

Door de toegenomen complexiteit en zo ook de harmonisatie van de EU arbeidsmarkten is er behoefte aan uniforme branche- en meetstandaarden zodat ook voor werkgevers duidelijk is wat er nodig is. Tegelijkertijd is het gieten van standaarden in beton een rem op de ontwikkeling ervan. Dat maakt noch de werkgever, noch de professional blij. Standaarden worden een rem. Dan ontstaat enerzijds de behoefte aan inzicht in de generieke, transferabele competenties van professionals om daarmee hun wendbaarheid te kennen en in te zetten. Anderzijds zal het (anoniem) registreren van prestatie-indicator van zich ontwikkelende beroepsrollen ook een basis bieden voor ‘levende’ meetstandaarden, standaarden die zich op ieder moment kunnen meten aan de actualiteit.

Het behalen van een diploma is een mooie startkwalificatie, alleen biedt dit geen transparantie over welke competenties de professional na 10 jaar beschikt. Daar lopen vele professionals tegenaan vooral in tijden van economische malaise. (dr. Annie Kempers)