ERKENNING INFORMEEL LEREN

Iedereen leert zijn gehele leven, thuis, op school en vervolgens op de werkplek. Met het (aanleren) van kennis en vaardigheden wordt een onderscheid gemaakt in:

Formeel leren: systematisch en gestructureerd leren binnen een omgeving die ontworpen is om te leren, met als doel het behalen van landelijk erkende kwalificaties, diploma’s of certificaten.

Non-formeel leren: systematisch en gestructureerd leren via programma met leerdoelen, bijvoorbeeld een cursus, training of intervisie, het liefst dat past bij het huidige niveau van de lerende. Vaak zijn hieraan erkende diploma’s of certificaten aan verbonden.

Informeel leren is minder doelgericht en niet gestructureerd en afhankelijk van de eigen ambities en ontwikkelingen. Bij het leren op de werkplek wordt vaker gesproken van informeel leren dan van non-formeel leren. Leren op de werkplek hoeft niet perse via een cursus maar meer via geïntegreerde modellen in het werk.

Voorbeeld: een verpleegkundige gaat aan de slag na het behalen van een Mbo of inservice-opleiding. Deze mag in de praktijk niet alle medische handelingen uitvoeren. Daarvoor zijn aanvullende opleidingen, trainingen nodig. Vanzelfsprekend bieden praktijkervaringen ieder jaar ook nieuwe inzichten op gebied van verpleging.

Na 10 jaar deze wel alle kennis hebben vergaard in de praktijk voor zwaardere handelingen alleen deze wordt hiervoor niet beloond, in tegenstelling met een collega met aanzienlijk minder ervaring maar wél met een Hbo-V diploma.

Wellicht bieden opleidingen meer nieuwe inzichten en theoretische onderbouwingen alleen met praktijk- en levenservaring ontwikkelt men zich beter. Dat is de reden, waarom er vanaf de jaren ‘90 al EVC-trajecten waarmee ervaringen konden worden verzilveren tot een erkenning op Hbo-niveau.